Schadelijke stoffen in het eten
Hiertoe rekenen we behalve drugs, alcohol, koffie en thee (waar looizuur in zit) ook de van nature in voedingsmiddelen aanwezige geiftige stoffen, alsmede de stoffen die ons via de milieuvervuiling bereiken en die we ondanks grote instpanning niet kunnen ontlopen. Toch een paar tips waarmee we de schade in ieder geval kunnen beperken:
Tenslotte: een organisme dat goed verzadigd is met natuurlijke mineralen uit goede volwaardige voeding, het liefst aangevuld met natuurlijke vitamines en mineralen, neemt minder schadelijke stoffen op.
(*) Nitraatrijke voeding: Het opwarmen van groente zouden we zoveel mogelijk moeten voorkomen. Dit geldt zeker voor nitraatrijke groenten als rode biet, vinkel, bleekselderij, snijbiet, paksoy, spinazie, alle soorten sla, andijvie, postelein, raapstelen, chinese kool en spitskool.
Nitraat komt van nature in sommige groentesoorten voor en is op zichzelf alleen in relatief groet hoeveelheden schadelijk. Het kan echter door te lang bewaren (verlepte groente), door na het koken lang warm houden door opwarmen, maar ook nog in de maag worden omgezet in nitriet. IN jonge maagjes met nog maar heel weinig maagzuur gebeurt dit veel sneller dan bij een volwassene. Nitriet kan bij een baby (en bij mensen met een slechte maag-darmfunctie) ademhalingsstoornissen veroorzaken: nitriet heeft de neiging zich aan bloedcellen te hechten, waardoor geen zuurstof meer getransporteerd kan worden. Daarnaast kan nitriet in combinatie met eiwitten in de maag nitrosaminen vormen, en dit zijn kankerverwekkende stoffen. bij het bewaren van gekookte groente wordt meer nitriet gevormd dan bij het (koel)bewaren van rauwe groente. Bij temperaturen tussen 10 en 50 graden is de nitrietvorming het meest actief.
Op de koude grond (dus niet in de warme kas) en zonder kunstmest geteelde en vers geoogste groente bevat minder nitraat. Gooi het kookwater van nitraatrijke groente weg.
Nitraatarme groenten zijn wortels, pastinaken, schorseneren, knolselderij, asperges, uiten, prei, witlof, witte kool (ook zuurkool), spruitjes, boerenkool, bloemkool, broccoli, peultjes, doperwtjes, sperciebonen, snijbonen, tuinbonen, taugé, (en ander gekiemde zaden), komkommer, courgette, pompoen, aubergine, paprika, rabarber. Deze groenten kunnen in noodgevallen worden opgewarmd. Dan wel meteen na het koken laten afkoelen, koel bewaren en vlug weer op temperatuur brengen.
Beter is het, overgebleven groente de volgende dag in een salade of (alleen nitraatarme groente) in een schotel te verwerken. Zij wordt dan niet of zeer behoedzaam opgewarmd.